Gisteren kwam ik een kikker tegen.
Ik had hem bijna niet gezien
omdat ik erg moest opletten of ik
geen modderspatten op mijn nieuwe laarzen kreeg.
'Héla!'
Een piepend rasperig stemmetje rees op
vanuit de plas aan mijn voeten.
Daar stond de kikker wild de zwaaien met zijn armpjes,
alsof zijn leven er van af hing.
Hij zag er een beetje boos uit,
en zijn ogen puilden uit zijn kopje als blinkende knikkertjes.
'Je walste me bijna plat met die grote dingen van je,
kon je niet een beetje uitkijken?'
Verontwaardigd gaf hij een trap tegen mijn rode laars.
Zijn grote teen liet een slijmerig modderspoortje achter.
'Het spijt me, mijnheer,' sputterde ik verlegen,
'Ik had u echt niet in de gaten!'
'Kikker.' kreunde de kikker terwijl hij mijn laars beklom,
'Mijn naam ik Kikker.'
Ik slikte ongemakkelijk. Wat een knorrig mannetje was dat!
Kikker raasde nog even verder.
Dat hij een hele speciale kikker was,
en dat ik er spijt van zou krijgen als ik hem onheus behandelde.
Ik vond het best een vreemd zicht,
een groen beestje met grote ogen
dat op de top van mijn linkerlaars stond de snerpen.
Kikker vond dat ik hem best een eindje kon meenemen,
dieper het park in.
Dat vond ik niet zo erg, zo was ik niet meer alleen,
en uiteindelijk waren mijn laarzen nu toch vuil.
Zo wandelde ik met een kleine, dappere kikker
op mijn linkerlaars het bos in, naar de poel toe.
'Wat deed je eigenlijk je eigenlijk op het pad, zo ver van de poel?',
vroeg ik.
Ik had nog nooit een kikker op het pad gezien,
en misschien was ik daarom ook wel
zo geschrokken toen ik hem tegenkwam.
Kikker draaide zich naar me om en zette grote ogen op.
'Op jou wachten natuurlijk, wist je dat dan niet?'
Ik kon me in de verste verte niet bedenken
waarom een totaal onbekende kikker
op het pad zou wachten tot ik langskwam,
maar ik was bang dat ik hem weer boos zou maken
als ik ontkennend zou antwoorden,
dus werd ik een beetje rood
terwijl ik mijn tanden veilig op elkaar klemde.
'Nu nog mooier! Je wist helemaal niet dat ik kwam?
Weet je dan eigenlijk wel wie ik ben?'
Kikker zette nog grotere ogen op dan hij al deed.
Ik slikte voorzichtig terwijl ik 'nee' knikte,
maar vertraagde mijn pas niet.
Kikker kreunde klagerig 'aiaiai' en
'waar gaat de wereld naartoe?',
en gebood me te stoppen op het moment dat we
een omver gevallen boomstam passeerden.
'Stooop!' gilde hij, 'dan gaan we hier even zitten, en leg ik je alles uit.
Ik ben Kikker. Kikker Prins. En ik besta speciaal voor jou.'
Dat vond ik een beetje vreemd,
ik had nog nooit een kikker met zo'n vreemde naam ontmoet,
en al helemaal geen die er speciaal voor mij was.
Kikker vertelde me dat ik er voor moest zorgen
dat zijn achternaam zijn voornaam zou worden,
en dat hij op een wit paard zou kunnen gaan rijden.
En dan zou hij me redden van een groot,
gapend monster dat Eenzaamheid heette.
Daarvoor zou ik hem moeten kussen.
'Kussen?' vroeg ik.
Ik wist niet wat kussen was,
maar het klonk een beetje beangstigend,
en heel erg moeilijk.
'En hoe doe ik dat juist, dat kussen?'
Kikker haalde zijn schouders op.
'Weet ik veel, jij bent hier de mens, jij moet weten hoe je kust!'
Het bleef even stil.
Ik dacht heel diep na over hoe het woord kussen klonk
en wat het zou kunnen betekenen,
maar ik vond geen mogelijke verklaring.
Ik vond het allemaal vreselijk moeilijk.
Kikker vertelde me toen maar dat ik mijn lippen
om hem heen moest klemmen,
dat had hij gehoord van zijn vriend in de poel.
Ik keek hem even aarzelend aan,
maar Kikker bleef zo doorzagen over zijn witte paard
dat ik besloot het erop te wagen.
Ik zette hem op mijn linkerhand, en bracht die dichter naar mijn gezicht.
'Je bent hier toch wel heel zeker van, hé?'
Ongeduldig gekwaak en gespring kreeg ik als antwoord.
Ik bracht mijn hand dichter naar mijn mond,
slikte even en haalde mijn lippen verder van elkaar.
Terwijl mijn mond steeds verder open ging,
voelde ik het kikkerlijfje in mijn hand verstijven.
Hup, daar glibberde Kikker mijn tong op.
Wat een vreemd gevoel, zou dit nu echt kussen zijn?
En wat nu?
'Sluit je mond daaaan!', kwaakte het geglibber op mijn tong.
Ik gehoorzaamde, en probeerde uit alle macht te voelen
of er al iets was veranderd.
Ik wachtte en wachtte, maar er gebeurde niets.
Ik speurde het pad af, maar zag nog geen wit paard wandelen.
Misschien was er wel iets mis gegaan.
En toen gebeurde het, in een moment van onoplettendheid.
Ik vergat dat Kikker op mijn tong zat,
en slikte hem in één vloeiende beweging door.
Ik voelde zijn glibberige lijfje
langs mijn slokdarm naar beneden glijden,
en ik meende een grote kwaak in mijn binnenste te horen.
Daar stond ik dan.
Met een knorrige kikker in mijn maag.
Kikker Prins was niet Prins Kikker geworden,
en een wit paard zag ik evenmin.
dinsdag 21 augustus 2007
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

5 reacties:
Waar gaan die sprookjes toch naartoe? hoe dan ook, leuk geschreven ;-)
nooit geloven wat men zegt, altijd voelen wat men niet zegt!
dat inslikken was nog de beste keuze!
geen kikkerfan hé, weet je nog? ;)
x
:-P Niet erg vegetarisch, he satijn! ;-) Nice one, though!
er zitten iedere nacht een 100-tal van die groene monstertjes in onze vijver te kweken, na een paar jaar kán je ze dan ook wel echt opvreten, ik zeg het u!;)
gelukkig hoef ik dat niet zelf te doen, ik laat het over aan de kat van de buren!:d
Een reactie plaatsen