donderdag 26 juli 2007

Transparant 2.

Ge moet iemand serieus verwensen om zoiets te schrijven.
Maar wie verwenst ge juist, uzelf of degene die uw hart zo bruut heeft opengereten?
En hoelang verwenst ge die mens? Eeuwig? Of is dat kinderachtig?
En kan dat wel?
Ik kan dat niet. Iemand eeuwig verwensen. Volledig achter mij laten.
Herinneringen verbranden.
Maar ik ben ne zwakkeling, dat weten we ook allemaal.
Ik had beloofd dat ik niet meer over de liefde zou schrijven, en lap,
ge ziet waarheen mijn bestaan mij toch weer keer op keer naartoe leidt.
Om maar even een voorbeeld te geven van hoe sterk mijn binnenste ik wel niet is.
Met de nadruk op niet, dan.
Met mensen is het nog veel erger.
Al weken, ja, ondertussen maanden zeg ik meer voor mezelf op te gaan komen.
Gebeurtenissen en vooral personen me niet meer zo nauw aan het hart te laten komen, sterker in mijn schoenen te staan.
En toch... één woord van u, en ik lig te schreien als een baby.
Voor uw ogen dan nog.
Drinken als een olifant, dromen als een naïef klein kind.
Ik zei het al eens over mezelf, en ik blijf het zeggen: wat ne loser.
Dat moet gij ook ongetwijfeld hebben gedacht.
Maar ik kan het niet helpen, gij blijft mijn o zo vastberaden geest op enkele luttele seconden totaal ontmantelen, mijn 'ik' breken en mijn hersenen omkopen.
Alsof ge keer op keer met uw handen in mijne kop dringt.
Mijn brein vastpakt, het ne keer goed dooreen schudt in uw beide handen,
en dan met uwe wijsvinger port in het deeltje 'gezond verstand'.
Zodat dat helemaal lam ligt.
Ik moet toegeven, ik kan u niet de baas.
Ik werp mijnen helm voor uw voeten, bezwijk onder het gewicht van mijn harnas en geef u mijn loodijzeren zwaard.
Smeek u om het diep in mijn borstkas te planten.
Ge moogt mij hebben.
Ik geef het hememaal op.
Met schokskes verdwijnen mijn laatste hoopjes vastberadenheid.
Ik ben weer van u.
Verzwolgen door uw persoon.
Mijneigen verloren in u.

Ge weet dat ge totale macht over mij hebt.
Ik ben als was in uw handen.
Alweer.
Neen, nog steeds.
Net als altijd.
Wees goed voor mij.

Transparant.

"Gij had mij helemaal in uw macht
Ik danste gewillig naar uw pijpen
Als een slappe marionettenpop
Een slang zonder tong
Bibberig en bang

Nu zijt ge weg
en blijf ik alleen
Even bibberig en bang
Leeg

Wat moet ik denken
Voelen weten zuchten zeggen
Beroeren likken lachen kussen?

Ik kan niet doorheen de wereld lopen
Want gij hebt mijn touwtjes neergelegd
En wat te doen weet ik ook al niet
Hoe wat wie waarom
Ge hebt mij geen bevelen nagelaten

het enige wat mij rest
is aan u te denken
en dat doe ik ook
Dag en nacht"

zondag 22 juli 2007

Ikke

Ik veronderstel dat ge mij wel eens ne loser zou kunnen noemen

Kabouterig onderkruiperig knollig dommig suffig seutig dromerig
Muf stom braaf simpel saai scheef grijs afstandelijk dood
Te dik te sproeterig te klein te vreemd te gevoelig
Te denkerig te koud te plakkerig te fout
Zuchterig slaperig zenuwachtig killig
Te bezitterig te bleiterig te ik
Ne loser.

Maar ik had nooit gedacht dat ge dat ook echt zou doen.

zaterdag 14 juli 2007

Een boterhammeke blijheid

Ik wilde u blij maken
Ik wilde dat gij eens écht kon lachen
Helemaal, met elk spierke dat gij in uw lijf hebt
Zonder die triestige glans in uw ogen
Gij dacht dat ik dat niet wist
maar ik kon het zien
Dat gij u niet voelde zoals ik wilde dat gij u voelde
Ik wilde dat gij dat kon

Ik had mijn eigen geluk uit mijn lijf willen rukken
en het aan u geven
Maar dat had moeilijk geweest
Want door u te zijn maakte gij mij gelukkig
En dat geluk van mij zat daar constant
opzichtig te grijnzen
Ik kreeg het maar niet weg

Ik dacht dat ik langer had moeten proberen
Meer voor u zorgen, en minder voor mij
Misschien hadden wij dan nog
de rest van ons leven met elkaar gehad

Maar nu besef ik
dat gij altijd een beetje ongelukkig moet zijn
om te kunnen leven

En de rest van ons leven hadden we nooit gehad
want gij zijt al met de melancholie getrouwd.

woensdag 4 juli 2007

Droom

Waart gij er echt, deze nacht
of had ik u maar gedroomd?

Ge waart nog zachter dan ik u ken
wij deden nog onnozeler dan anders
en wij lachten tot we bijna stierven
Als gij mij aanraakte
trilde ik zo hard
dat het eigenlijk niet echt kon zijn

Mijne kop lag in uwe schoot
en gij streelde hem alsof het een rozenblaadje was
Uw ogen deden mijn woelige maag kalmeren
en uw handen mijn hart ontkurken
Zacht, gelijk een flas champagne
met ne plop en een zuchtje
Niet met ne knal
Dat had ge mij verteld

Het was veel te schooon
en toen ik wakker werd
waart ge weg

Ik had u maar verzonnen
Dat kon ook niet anders

Maar toen ik aan mijn kussen rook
kreeg ik uwe zalige geur in mijne neus
en hoorde ik u zingen onder den douche

Laat mij u nog maar wat verder dromen
Een heel leven lang