Alles wat ge doet of wat ge meemaakt
lijkt eigenlijk het leven van een ander te zijn.
Ge maakt alles mee vanaf ne mistige afstand.
Te veraf om alles helder te zien of te voelen
en te dichtbij om te zeggen dat ge er niks mee te maken hebt.
Alsof een ander iets misdoet, en gij krijgt er de schuld van.
Zo voelt dat, geloof ik.
Als ik 's morgens koffie neem en ik kijk naar mijne gestrekten arm
lijkt het alsof een ander zijnen arm strekt en niet ik.
Dat is lastig, want dat heeft ook wel een effect op uw smaakpappillen.
Ge voelt en proeft alles heel anders aan.
Zonde, want ik lust wel heel graag koffie,
maar uw goesting verdwijnt binnen de seconde.
En ge weet eigenlijk niet hoe het komt
of wat ge er mogelijk aan kunt doen.
Eerst is het lastig, en denkt ge aan oververmoeidheid,
een onbewuste verdringing van het één of het ander,
een kortstondige identiteitscrisis die zou wijzen op het feit
dat ge niet vies zou zijn van een carrièrechange ofzo.
Maar nadat ge al uw meubels hebt buiten gegooid,
uw sjofel bureautje hebt opgegeven
voor een cirkelzaag en een boomzagersattest
of de hond hebt vervangen door een tropische kameleon,
merkt ge dat ge nog steeds niet bevredigd zijt
en dat die indringer in uw lijf nog steeds tegen u zit op te boksen .
En dan, op een bepaald moment, compleet onverwacht,
terwijl ge een blikje cola light open maakt,
kunt ge niet anders dan beseffen
dat ge het helemaal fout hebt aangepakt
Alles. Van boven tot onder, zonder dat ge het besefte.
Er zít helemaal geen indringer in uw lijf.
Althans, gij zijt de indringer. Gij zelf.
Vast in uzelf, uweigen samenwringend van ambetantigheid.
Net als de aspartaan die door uw aderen siddert.
Trillend van onvrede. Met uzelf.
En met die arm die koffie neemt,
die helemaal de uwe is, en toch ook weer helemaal niet.
Net zoals de rest van uw lijf.
Brullend en gierend, gelijk een op hol geslagen wasmachine.
Lijf, niet lichaam. Lijf.
Want ge houdt er helemaal niet van, om eerlijk te zijn.
Hoe kan ik ook? Die op hol geslagen wasmachine
behoort mij helemaal niet toe.
Die arm met de koffiekan is niet van mij,
die veel te smalle dijen lijken helemaal niet de mijne te zijn
en die gedachten in mijn hoofd al helemaal niet.
Die grote handen met blauwe aders en diepe groeven,
die platte borst met hier en daar een stugge, donkere haar.
En dat rimpelige, kronkelige ding tussen mijn benen.
Mijn trots, zo heb ik gehoord van mijn vrienden.
Want ik heb the ladies wat te bieden, zo wordt mij verteld.
Tijdens het douchen na de sport zie ik kerels benijdend
naar mijn schaamstreek kijken.
Ik zie hen denken,
niet wetend of ze nu jaloezie of bewondering
in hun blik moeten leggen.
Maar zo trots ben ik helemaal niet.
Ik schaam me dood als ze zo naar me kijken.
Het lijkt wel alsof ik van mijn lul ben,
in plaats van hij van mij.
Net als die handen, dat gestroomlijnde lijf
en die stugge haren op mijn borst en rondom mijn navel.
Allemaal niet van mij.
Ik heb medelijden met de meisjes wiens lijf ik
verzadigd tussen mijn lendenen voel kreunen.
Ze laten zich inpakken door een illusie.
Ze zouden eens moeten weten dat dit allemaal niet echt is.
Een fout. Een verschrikkelijke, grove fout is dit.
En niemand heeft het door, enkel ik.
Er moet iets gebeuren, snapt ge dat?
Ik moet ingrijpen.
Mezelf en het leven beschermen tegen nog meer onechtheid.
Ik sta hier, doodzenuwachtig,
verdrinkend in het angstzweet.
Maar zekerder dan ooit.
Ik snij hem eraf.

3 reacties:
ZA-LIG!
Al moet ik zeggen dat ik eerste niet goed kon volgen toen ge over een kronkelig rimpelig ding tussen uw benen begon. Toch een geweldig stuk!
Hmm, ja,
misschien is dat wel wat te veel in lesbo-taal gesproken,
ge hebt gelijk..
Eens nadenken hoe ik beter uitdruk.
Er zijn wel nog wat aanpassingen nodig, ik weet het.
Eerst toch maar even laten bezinken :)
Ik kon perfect volgen wat je bedoelde, maar ik was wel aan een vrouw aan het denken :-P Voor mij hoef je niets te veranderen. Het is écht een goed stuk.
Een reactie plaatsen