Wanneer weet een mens dat hij leeg is?
Platgelopen, uitgemolken, leeggezogen.
Nog slechts een duimbreed hoog, en niks meer waard.
Merkt hij van zichzelf dat zijn ogen dof en leeg zijn geworden?
Oh moet hij dat van anderen te weten komen?
En wat als die anderen ook allemaal
Leeg en dof zijn geworden?
En hoe maakt ne mens zichzelf dan weer vol?
Kan hij een paar uurtjes met zijn gat
Tegen een stopcontact gaan hangen,
Zoals een gsm of een fototoestel?
Of zit er ergens in ons lijf een geheim gaatje
Waar één of andere soort brandstof in moet gegoten worden?
Misschien moet er wel een speciale winkel voor komen.
Mensenbrandstof, blijheidsbatterijen en passiedisc's.
Kracht en energie, te kopen per gigabyte.
Familypack's en witte producten.
Honderd verschillende merken toegespitst op elk soort klant.
Ik hoor u al denken: 'Het leven nog wat commerciëler maken?
Is het dan allemaal nog niet erg genoeg?
En gelijk hebt ge, maar geef toe:
Het zou toch maar verdomd handig zijn,
zo'n mensenwinkel.
zondag 27 januari 2008
woensdag 2 januari 2008
En nu?
Zwaar gepakt en gezakt sta ik op het perron.
De mensen om mij heen lopen haastig,
Stuk voor stuk nors voor zich uit kijkend.
Zouden ze ook op zoek zijn?
Of zouden ze net op de terugweg zijn?
In dat geval zouden ze wel weten waar mijn pad heen gaat.
Want hierheen komen was maar een kleine stap,
Nu begint de reis pas echt.
Ik en mezelf, helemaal alleen.
En ik weet niet eens waarheen.
Ik weet zelfs niet hoe ik moet vertrekken.
Daar loopt een man die zijn pas wat lijkt te vertragen.
'Excuseer, kunt u me de weg wijzen naar Zekerheid?'
Hij kijkt me verstrooid aan, fronst even en loopt verder
Zonder me nog een blik waardig te gunnen.
De vrouw met de klakkende hakken tuit haar lippen geïrriteerd
Als ik haar vraag waar ik het dorpje Persoonlijkheid vind.
Ook zij loopt hoofdschuddend door.
Mijn rugzak snijdt in mijn shouders,
En in mijn schoenen staan plasjes moed.
'Hallo, hoe geraak ik bij de Berg Antwoorden?'
In mijn wanhoop klamp ik een meisje van een jaar of 6
Met donker kroezelhaar aan.
Haar zwarte fonkelende knikkers kijken mij verbaasd aan,
Alsof ik een grote idioot ben.
Haar armpje schiet machinaal naar omhoog.
Mijn blik volgt hem, mijn adem ingehouden.
Dan loopt ze weer door.
O God,
Ik heb nog een lange weg af te leggen...
De mensen om mij heen lopen haastig,
Stuk voor stuk nors voor zich uit kijkend.
Zouden ze ook op zoek zijn?
Of zouden ze net op de terugweg zijn?
In dat geval zouden ze wel weten waar mijn pad heen gaat.
Want hierheen komen was maar een kleine stap,
Nu begint de reis pas echt.
Ik en mezelf, helemaal alleen.
En ik weet niet eens waarheen.
Ik weet zelfs niet hoe ik moet vertrekken.
Daar loopt een man die zijn pas wat lijkt te vertragen.
'Excuseer, kunt u me de weg wijzen naar Zekerheid?'
Hij kijkt me verstrooid aan, fronst even en loopt verder
Zonder me nog een blik waardig te gunnen.
De vrouw met de klakkende hakken tuit haar lippen geïrriteerd
Als ik haar vraag waar ik het dorpje Persoonlijkheid vind.
Ook zij loopt hoofdschuddend door.
Mijn rugzak snijdt in mijn shouders,
En in mijn schoenen staan plasjes moed.
'Hallo, hoe geraak ik bij de Berg Antwoorden?'
In mijn wanhoop klamp ik een meisje van een jaar of 6
Met donker kroezelhaar aan.
Haar zwarte fonkelende knikkers kijken mij verbaasd aan,
Alsof ik een grote idioot ben.
Haar armpje schiet machinaal naar omhoog.
Mijn blik volgt hem, mijn adem ingehouden.
Dan loopt ze weer door.
O God,
Ik heb nog een lange weg af te leggen...
Abonneren op:
Berichten (Atom)
