vrijdag 29 februari 2008

Briefje aan God

Beste God,

Ik weet dat iedereen u om geld komt vragen, dus dat ga ik dan maar niet doen, voor Uw eigen portefeille helemaal leeg is. U zou alles weggeven, en zelf geen Kinderbueno meer kunnen kopen, als u zo door gaat. Wel zou ik graag een beetje meer kans op een diploma hebben. U mag zelf kiezen of U mij nu meer hersenen wil geven, of mijn opleiding gewoon een beetje makkelijker. En ik zou ook graag een leuke vrouw voor een déftige relatie tegenkomen. Als dat niet gaat, mag U me ook gewoon hetero maken, hoor. Ik weet niet goed wat er allemaal in de mogelijkheden ligt. En verder had ik graag een beetje extra steun bij het openen van mijn restaurant binnenkort. Een professionele keuken bijvoorbeeld, dat zou een grote hulp zijn. Zo'n dingen kosten veel, weet U? O, en als het kan mijn kat een beetje magerder maken. Ze heeft een beetje last van haar zwabberbuik. Maar voor de rest is alles perfect, en klaag ik niet. U bent dus wel goed bezig! Veel succes daar dus nog, en bedankt!

Annelies

woensdag 27 februari 2008

Tribute to (the real) Amy

Zatte mensen zijn een hit.
We kijken vreselijk op hen neer terwijl we stiekem smachten
naar de sappige situaties die ze hun gezelschap
steeds vastberaden onder de vingernagels uitschrapen.
Sommigen gaan iedereen knuffelen,
anderen beginnen met tafels te gooien,
nog een categorie krijgt plots ontzettend inventieve
zelfmoordneigingen.
Ze worden heel luid en ostentatief aanwezig,
of kwijnen weg achter een dik gordijn sigarettenrook,
daar alleen in dat hoekje van de kamer.
Vreemd hoe mensen transformeren tot helemaal andere wezens
wanneer ze wat promille achter de kiezen hebben.
Alsof hun hersenen zich plots achterstevoren
in hun hoofd gaan nestelen,
uit protest voor die duizend stervende cellen bij elke slok.
En hun hele gedrag overhoop knallen met een Kalasjnikov.

Als ik mijn eigen gedrag onder de loep neem,lijkt het wel
of ik permanent nogal beschonken ben.
Ja, ook in nuchtere toestand begrijp ik altijd alles veel te laat
en help onverstoord elke situatie naar de knoppen.
Laat ik alles en iedereen lopen terwijl ik schaapachtig blijf lachen.
Bied mijn vijanden uit eigen beweging wapens aan,
verscheur alles wat ik met veel moeite heb bereikt.
Net als het ergste soort dronkenlappen, de 'drunk drunks'.
En jammer genoeg bestaan daar geen afkickcentra voor.

Lastig.

woensdag 13 februari 2008

De Oude Grieken

Ge zijt mijn maker
Maar ik moet kotsen als ik u zie
Trillen als een blad, hijgen als een stervende
Mijn ogen dichtknijpen van onmacht telkens ik u hoor
Suisende oren en gebalde vuisten
wit van woede, hard als steen

Wij zijn nooit goeie maten geweest
Ik stootte u vanaf mijn eerste seconden af, zo zweert gij
Bedankte brutaal voor uw voedende borst
En trok een kop als had ik stront geroken
Ik maakte u kapot, zegt ge, toen ik zelfs nog niet oud genoeg was
Om een mug te doden

Wij zijn nooit goeie maten geweest
Maar nooit zonken wij diep als nu
Huilen van woede, degoût en onbegrip
Want nooit had iemand mij zo diep teleurgesteld als gij nu
Verraden in mijn kokend kolkend bloed
Nee, nooit zonken wij diep als nu

Ge zijt slecht, rot, puur gif
Wanneer ge kunt zijn zoals gij zijt
Handelen zoals gij handelt
Leven zoals gij leeft
Ik spuug op u
Want gij hebt mij verpest

Maar denk niet dat gij ooit maar een seconde
van deze zwakte te zien zult krijgen
Ge moogt mijn oren met uw blote handen van mijne kop trekken
Mijnen endeldarm aan de vogels voeren terwijl ik er nog aan hang
Mijn ogen laten uitsteken door een horde wespen
Mijn vingerkootjes stuk voor stuk aan de wilde zwijnen voeren


Mijn waardigheid krijgt ge nooit.

woensdag 6 februari 2008

Koffiedrinken en zielsnijden

Kent ge dat?
Alles wat ge doet of wat ge meemaakt
lijkt eigenlijk het leven van een ander te zijn.
Ge maakt alles mee vanaf ne mistige afstand.
Te veraf om alles helder te zien of te voelen
en te dichtbij om te zeggen dat ge er niks mee te maken hebt.
Alsof een ander iets misdoet, en gij krijgt er de schuld van.
Zo voelt dat, geloof ik.

Als ik 's morgens koffie neem en ik kijk naar mijne gestrekten arm
lijkt het alsof een ander zijnen arm strekt en niet ik.
Dat is lastig, want dat heeft ook wel een effect op uw smaakpappillen.
Ge voelt en proeft alles heel anders aan.
Zonde, want ik lust wel heel graag koffie,
maar uw goesting verdwijnt binnen de seconde.
En ge weet eigenlijk niet hoe het komt
of wat ge er mogelijk aan kunt doen.

Eerst is het lastig, en denkt ge aan oververmoeidheid,
een onbewuste verdringing van het één of het ander,
een kortstondige identiteitscrisis die zou wijzen op het feit
dat ge niet vies zou zijn van een carrièrechange ofzo.
Maar nadat ge al uw meubels hebt buiten gegooid,
uw sjofel bureautje hebt opgegeven
voor een cirkelzaag en een boomzagersattest
of de hond hebt vervangen door een tropische kameleon,
merkt ge dat ge nog steeds niet bevredigd zijt
en dat die indringer in uw lijf nog steeds tegen u zit op te boksen .

En dan, op een bepaald moment, compleet onverwacht,
terwijl ge een blikje cola light open maakt,
kunt ge niet anders dan beseffen
dat ge het helemaal fout hebt aangepakt
Alles. Van boven tot onder, zonder dat ge het besefte.
Er zít helemaal geen indringer in uw lijf.

Althans, gij zijt de indringer. Gij zelf.
Vast in uzelf, uweigen samenwringend van ambetantigheid.
Net als de aspartaan die door uw aderen siddert.
Trillend van onvrede. Met uzelf.
En met die arm die koffie neemt,
die helemaal de uwe is, en toch ook weer helemaal niet.
Net zoals de rest van uw lijf.
Brullend en gierend, gelijk een op hol geslagen wasmachine.

Lijf, niet lichaam. Lijf.
Want ge houdt er helemaal niet van, om eerlijk te zijn.
Hoe kan ik ook? Die op hol geslagen wasmachine
behoort mij helemaal niet toe.
Die arm met de koffiekan is niet van mij,
die veel te smalle dijen lijken helemaal niet de mijne te zijn
en die gedachten in mijn hoofd al helemaal niet.

Die grote handen met blauwe aders en diepe groeven,
die platte borst met hier en daar een stugge, donkere haar.
En dat rimpelige, kronkelige ding tussen mijn benen.
Mijn trots, zo heb ik gehoord van mijn vrienden.
Want ik heb the ladies wat te bieden, zo wordt mij verteld.
Tijdens het douchen na de sport zie ik kerels benijdend
naar mijn schaamstreek kijken.
Ik zie hen denken,
niet wetend of ze nu jaloezie of bewondering
in hun blik moeten leggen.

Maar zo trots ben ik helemaal niet.
Ik schaam me dood als ze zo naar me kijken.
Het lijkt wel alsof ik van mijn lul ben,
in plaats van hij van mij.
Net als die handen, dat gestroomlijnde lijf
en die stugge haren op mijn borst en rondom mijn navel.
Allemaal niet van mij.

Ik heb medelijden met de meisjes wiens lijf ik
verzadigd tussen mijn lendenen voel kreunen.
Ze laten zich inpakken door een illusie.
Ze zouden eens moeten weten dat dit allemaal niet echt is.
Een fout. Een verschrikkelijke, grove fout is dit.
En niemand heeft het door, enkel ik.

Er moet iets gebeuren, snapt ge dat?
Ik moet ingrijpen.
Mezelf en het leven beschermen tegen nog meer onechtheid.
Ik sta hier, doodzenuwachtig,
verdrinkend in het angstzweet.
Maar zekerder dan ooit.

Ik snij hem eraf.