Mijn ogen gaan zenuwachtig open en weer dicht.Zo vlug dat het pijn doet,maar ik lijk de controle over mijn lichaam volledig kwijt.Ik lik mijn opengebarste lippenen proef een mengeling van zout en bloed.Slikken gaat moeizaam, ik proef de zurigheid van mijn eigen braaksel.Het loden ding dat ik mijn hand houd lijkt wel evenveel te wegenals het levenloze lichaam dat voor mijn voeten ligt.Nog maar net ligt het daar,maar de geur van verrotting en uitwerpselen doet mijn neusvleugels al trillen.Ik huiver en omklem met mijn linkerhandhet knisperende rolletje bankbiljetten dat in mijn jaszak zit.Het droge gekraak ervan brengt me weer bij mijn positieven.het pistool glijdt in mijn andere jaszak terwijl ik naar de deur wandel.De fletsblauwe kleur ervan doet mijn ogen tranen.Al met al is het niet slecht dat het belachelijk slechte gevoel voor binnenhuisinrichting van deze vrouw vroegtijdig gestopt werd.Ik draai me nog een laatste keer om naar het kersverse lijk.Het ontspannen van haar sluitspierenheeft blijkbaar één en ander de vrije loop gelaten.
Cadeautje voor de flikken.
